Eten als een prof in Frankrijk
Ik mag dan wonen als een god in Frankrijk zo ze zeggen en
dat eten lukt me ook prima. Maar een prof nee dat ben ik niet. Al voel ik me
soms wel een ploegleider kijkend vanaf mijn luie plek naar de Tour de France,
ongevraagd adviezen gevend aan iemand uit de Lotto Jumbo ploeg als hij mee
springt met een kopgroep.
Ik voel me zeker ook een prof verslaggever als ik commentaar
heb op een motor of auto rijdend in de tour die ‘mijn’ mannen dwarsboomt. Laat
staan wat ik zeg tegen een gek in het publiek die ongevraagd weet ik veel wat
doet. Maar ja de beste stuurlui staan aan wal toch?!
Maar eten als een prof wielrenner is toch echt wel even wat anders als ik zo
eens wat zoek op het internet benieuwd zijnde hoe deze mannen zonder het eten
van pilletjes deze topprestatie leveren. Waar de Kneet vroeger reed op borden
havermout, bananen, brood en een mooi biefstuk in de morgen aangevuld met de
bidons vol water, gaat dat tegenwoordig wel even wat anders. Calorieën tellen
was er toen echt nog niet bij. Tegenwoordig is alles tot in de finesses
voorbereid en uitgeteld.
Een recreatieve wielrenner heeft gemiddeld 3000 a 4000 calorieën nodig, maar
de renners in de Tour die verbruiken gemiddeld 6000 a 10000 calorieën. En dat
verbruik moet dus weer aangevuld worden. En dat kan als de renner dus de hele
dag door eet en drinkt. Wat? Brood, cornflakes, confituur, pannenkoeken,
rijstpap, groentes, fruit, ijs, vis, honing, yoghurt, suiker, energierepen,
pasta, koolhydratengels, speciale eiwitdrankjes, rijst en trossen bananen.
Maar waar is het biefstuk van de Kneteman gebleven?
Tegenwoordig eten de renners zeker nog
wel vlees, onder andere op hun boterhammen, maar dan de magere soorten zoals
kipfilet en rosbief. En in hun pastagerecht of couscous en dan denk je al snel
aan kalkoen of kip. Daarom tot slot een recept van de kok van de Belkin ploeg.
Daar vind je immers de huidige trots van Nederland, ‘onze’ Tom Dumoulin, dus
dan koken én eten wij wat de kok de prof voorschotelt.
Bulgursalade met
gestoomde kip
Ingredienten voor 4 personen:
250 gram groene asperges in stukjes van 5 cm, 300 gram
kipfilet, 250 gram broccoli, 300 gram bulgur, 1 fijngesneden rode ui, 1 blik
uitgelekte kikkererwten, halve in plakjes gesneden komkommer, 1 flinke bos grof
gesneden peterselie, 2 citroenen, 4-5 eetlepels olijfolie extra verge.
Bereidingswijze:
Breng in een wijde pan een laagje water aan de kook. Leg de
asperges en kipfilet in een stoommand, zet deze in de pan. Het water mag de
producten niet raken. Stoom de kipfilet in 12-15 minuten gaar. Leg na 6 minuten
de broccoliroosjes erbij en laat verder stomen. Bereid intussen de bulgur:
breng 600 ml water aan de kook. Roer de bulgur erdoor, neem van het vuur en
laat 10 minuten afgedekt staan. Roer het los met een vork. Leg de broccoli en
asperges op een schaal en laat afkoelen tot lauwwarm. Trek de kipfilet in
stukjes uit elkaar. Meng nu voorgaande producten met de ui, kikkererwten, komkommer en bijna alle peterselie. Pers 1
citroen uit en roer het sap met de olijfolie door de salade. Breng op smaak met
zout en peper. Schep de bulgursalade op een schaal. Snijd de laatste citroen in
parten en serveer met de salade. Bestrooi met de rest van de peterselie en geef
er extra olijfolie bij.
En klaar is deze gezonde topsport maaltijd. Op z’n Frans zeg
ik: Bon appetit!
